Mathieu Vandenbulcke

Op consultatie bij ouderenpsychiater Mathieu Vandenbulcke

Mathieu Vandenbulcke (52) is ouderenpsychiater en hoogleraar neurowetenschappen aan de KU Leuven. Wij gingen met hem in gesprek, deelden enkele herkenbare getuigenissen en kregen scherpe inzichten én concrete oplossingen. Dag dokter ...

1/

“Steeds vaker kom ik niet op woorden of weet ik niet meer waarom ik plots bij de koelkast sta. Dat maakt me angstig. Ik krijg dan huilbuien en hartkloppingen ... Mijn moeder had dementie. Dus ik ken de uitdagingen die deze ziekte met zich meebrengt. En ik vrees dat het nu mijn beurt is. Mijn familie neemt mijn zorgen niet serieus, wuift ze weg. Maar ik, ik ben voortdurend op mijn hoede.” - Naima (71) 

Mathieu Vandenbulcke: “Een ‘vergeetfobie’ zien we wel meer bij mensen bij wie dementie in de familie voorkomt. Belangrijk hier is het onderscheid tussen geheugen- en aandachtsproblemen. Even niet op een naam of een woord kunnen komen of vergeten waarmee je net bezig was, dat overkomt ons allemaal wel eens. Zeker wanneer we moe zijn of onder stress staan. Het is bovendien een normaal verouderingsverschijnsel. Pas wanneer we ons met de beste wil van de wereld niet meer kunnen herinneren wat we gisteren of afgelopen week hebben gedaan, wordt het verontrustend. Als informatie niet meer wordt opgeslagen en dus ook niet kan worden teruggehaald, spreken we van een geheugenprobleem. Toch is het ook voor Naima belangrijk om niet met haar zorgen te blijven zitten.

De klachten die zij beschrijft, kunnen leiden tot een angststoornis, waardoor ze zich nog minder zal kunnen focussen. Zo raken mensen verstrikt in een vicieuze cirkel. We merken dat familie zulke zorgen vaak minimaliseert. Meestal goedbedoeld, om te troosten: ‘We maken dat allemaal wel eens mee.’ Maar dat helpt niet. Een onderzoek in de geheugenkliniek kan in dit geval wél voor gemoedsrust zorgen. En als blijkt dat Naima zich alsnog in de beginfase van dementie bevindt, dan kan ook de diagnose rust brengen. Naima en haar familie kunnen zich dan informeren en voorbereiden. Bovendien kan er tijdig met de juiste medicatie worden gestart. Wat veel mensen nog te weinig beseffen, is dat zelfs in latere fases van dementie nog veel levenskwaliteit mogelijk is.”

Mathieu Vandenbulcke

2/

“Geert en ik waren vijftig jaar gelukkig getrouwd. Vorig jaar is mijn man overleden. Maar hij is niet écht weg. Niet heus. Soms voel ik hem nog naast me liggen in bed, soms ruik ik zijn aftershave. Op zonnige dagen zie ik hem klussen in de tuin. En dan zet ik een glas limonade voor hem klaar. Ik wéét dat het niet kan, maar toch ... Die momenten voelen zo levensecht. Mijn dochter durf ik het niet te vertellen. Ze zou het niet begrijpen ...” – Maria (78)

Mathieu Vandenbulcke: “Eén op de drie mensen ervaart na het overlijden van een geliefde rouwhallucinaties. Het diepgewortelde verlangen naar de overledene activeert beelden en herinneringen die in ons brein zijn opgeslagen. Die herinneringen lijken zich los te maken van onze innerlijke wereld, waardoor het lijkt alsof we de overledene nog kunnen zien, ruiken, horen of voelen. Voor alle duidelijkheid: dit is geen ziektesymptoom, maar onderdeel van het rouwproces. Het kan zelfs veel troost bieden. Het is belangrijk om dit fenomeen niet te medicaliseren, maar net te normaliseren.

Maria is bang dat haar dochter haar niet zal begrijpen. Die angst om ‘gek verklaard te worden’ komt frequent voor bij ouderen, net zoals de overtuiging dat geestelijke gezondheidszorg een teken van zwakte is. Het is belangrijk om voor oudere mensen – tenminste, als ze daar behoefte aan hebben – de drempel te verlagen om hun ervaringen onder woorden te brengen. Zodat ze beseffen dat ze niet alleen zijn, laat staan ‘gek’. Net zo belangrijk is het om de jongere generatie bewust te maken van wat zich op latere leeftijd kan voordoen. Op die manier groeit het begrip en verdwijnt het taboe.”

 3/

“Na veertig jaar lesgeven viel ik na mijn pensioen in een zwart gat. Ik hield van de structuur, de interactie, het gevoel iets te betekenen voor studenten en collega’s. Nu glijden de dagen voorbij terwijl ik voor de televisie hang. En als ik dan berichten zie over de vergrijzing en wat dat de maatschappij kost, voel ik me vooral nutteloos en overbodig. Ik besef dat ik stilval, maar ik krijg mezelf niet meer in gang. Mijn dochter vindt dat lastig. Ze zegt dat ze me nog amper herkent.” - Rudy (67)

Mathieu Vandenbulcke: “Ik merk dat nog veel mensen niet voorbereid zijn op hun pensioen en op de uitdagingen die gepaard gaan met ouder worden. We moeten tijdig nadenken over de verdere invulling van ons leven. Je kan nog op zoveel manieren bijdragen aan de samenleving én zin geven aan je bestaan. Ik denk aan vrijwilligerswerk, het verenigingsleven, maar ook aan de zorg voor kleinkinderen. Hoe vroeger je daarover nadenkt, hoe vlotter de overgang verloopt. Dat is niet altijd evident. Zo stel ik vast dat de identiteit van ouderen vaak samenvalt met het beroep dat ze hebben uitgeoefend. Toch moeten we leren bepaalde dingen los te laten en aanvaarden dat er andere voor in de plaats komen.

Eigenlijk gaat het om het ontwikkelen van een positieve kijk op ouder worden. Als omgeving moet je beseffen dat dit proces tijd vraagt, én dat je kan helpen door de persoon in kwestie voldoende te betrekken bij familiale zaken en door raad en hulp te blijven vragen. Zorg dat mensen zich gehoord en gezien blijven voelen, dat ze waardevol kunnen zijn. Ook de samenleving speelt een belangrijke rol. 65-plussers worden in de media nog steeds voorgesteld als één grote hulpbehoevende groep die lasten met zich meebrengt. Terwijl het net zo’n diverse groep mensen is. Een vitale senior van 70 jaar kan je niet vergelijken met iemand van 95 jaar die veel zorg nodig heeft. Net zoals er heel wat 80-plussers zijn die zich nog volop engageren. Toch zijn er amper verschillen wat maatschappelijke verwachtingen betreft.

Er is nood aan een positievere en activerende beeldvorming van 65-plussers. Hun energie, expertise en ervaring worden nog te weinig naar waarde geschat, en dus ook te weinig ingezet in de samenleving. Zo ontstaat er bij deze groep een soort self-fullfilling prophecy. En dat is zonde.”

4/

“Ik ben tachtig jaar en woon alleen. Mijn kinderen wonen ver weg en ik hoor ze nog zelden. Alles kost me meer moeite dan vroeger. Zelfs boodschappen doen of mijn keuken opruimen. Waar ik ooit bekendstond als een sociale, goedlachse buur, voel ik me nu regelmatig prikkelbaar. Ik heb weinig zin om mensen te zien. Lezen lukt amper nog, ik dwaal na een paar zinnen al af. En ook mijn gehoor is de laatste jaren fel achteruitgegaan. Ik ben bang om dingen verkeerd te verstaan, dus vermijd ik gesprekken liever. Naar de huisarts ga ik niet. Wat heeft het voor zin? Dit hoort toch gewoon bij ouder worden…?” – Hans (80)

Mathieu Vandenbulcke: “Bij dit verhaal gaat er meteen een alarmbel af. De neiging tot isolement, de prikkelbaarheid, de concentratiemoeilijkheden ... De kans is reëel dat Hans een depressie heeft ontwikkeld. Depressie bij ouderen uit zich vaak een tikje anders. En er zijn ook genderverschillen: zo komt prikkelbaarheid meer voor bij oudere mannen, terwijl vrouwen vaker verdriet tonen. Soms staan vooral lichamelijke symptomen op de voorgrond zoals hoofd- en buikpijn, zonder duidelijke medische oorzaak. We spreken dan over een ‘gemaskeerde’ depressie. En helaas grijpt deze generatie ook gemakkelijk naar alcohol om de problemen te ontvluchten. Misleidend is ook de zogenaamde ‘Smiling Depression’: iemand blijft beweren dat ‘er niets aan de hand is’, terwijl er duidelijk verontrustende signalen zijn. Ook dat is een teken aan de wand.

Hans wil niet naar de huisarts omdat hij denkt dat klachten zoals somberheid en norsheid bij ouderdom horen. Maar dat is een grote misvatting. Ouder worden heeft doorgaans een positieve invloed op onze geestelijke gezondheid. We halen mooie herinneringen op, ontwikkelen meer veerkracht, ervaren minder stress en staan milder in het leven. Bovendien heeft het op élke leeftijd zin om een behandeling te starten. We moeten klachten zoals die van Hans serieus nemen en alert blijven voor depressies bij oudere mannen, want het risico op suïcide is hoog in deze groep.”

5/

“Ik ben altijd actief geweest. Tot ik vorig jaar viel en mijn heup brak. Hoewel de operatie en revalidatie goed zijn verlopen, ben ik bang om opnieuw te vallen. Daarom blijf ik binnen en laat ik mijn hobby’s links liggen. Dat weegt op me. Ik voel me gefrustreerd, mijn zelfvertrouwen is weg, en ik pieker over hoe het nu verder moet. Tegen mijn kinderen zeg ik er weinig over want ik wil hen niet ongerust maken. Maar soms vraag ik me af: zou ik baat hebben bij antidepressiva? - Javier (82)

Mathieu Vandenbulcke: “Ouder worden gaat vaak gepaard met fysieke moeilijkheden en ook die kunnen een psychologische impact hebben. Ongeveer 30% van de ouderen ontwikkelt na een val een zogenaamde ‘valangst’. Eén op de vijf kampt zelfs met valangst zonder ooit gevallen te zijn. Die angst leidt tot onzekerheid én isolement, en tast zo de levenskwaliteit aan. De wereld van deze mensen wordt heel klein. Een gebrek aan stimulans en prikkels heeft bovendien een negatieve impact op het denkvermogen. Wanneer mensen niet meer durven bewegen en enkel nog in de zetel of rolstoel blijven zitten, kunnen ze op termijn deconditioneren, of het bewegen afleren. Dat kan uiteindelijk leiden tot een depressie. Ook deze angst moeten we dus ernstig nemen.

In een valkliniek worden ouderen getest op evenwicht, mobiliteit en valrisico, zodat ze gericht advies, training of hulpmiddelen kunnen krijgen om valpartijen te voorkomen. Daarnaast is er ook psychologische ondersteuning om met angsten om te gaan.

Bij een geïsoleerde valangst, waarbij van depressie geen sprake is, zijn antidepressiva niet de juiste oplossing. Integendeel: deze medicatie kan het valrisico net verhogen. Neen, dan kan je beter bewegen. Het is een cliché, maar bewegen is ontzettend belangrijk voor de geestelijke gezondheid. Onderzoek toont aan dat beweging een even gunstig effect kan hebben op het brein van ouderen als antidepressiva. En hoe meer je in beweging blijft, hoe beter het bewegen zal gaan.”       

Tekst: Astrid Van der Schueren

Foto's: Steven Richardson  


Aan het woord: 65-plusser Diane De Ville

Aan het woord: 65-plusser Gerd De Ley

Aan het woord: 65- plusser Zuster Stefana

Aan het woord: Ambassadeur Michel Wuyts

Aan het woord: Ambassadeur Dagny Ros Asmundsdottir

Aan het woord: Professional Dirk De Wachter

Onze partners

Terug