Over drank-, drug- en gokproblemen

Ieder diertje zijn pleziertje?

Het is iets intrigerends. De mens zoekt van nature het genot op. Iedereen wil genieten en kent wel dingen waarvan je zodanig kan genieten dat je in een roes raakt. Dat kan van heel subtiel (genieten van een zonnige dag, een goed boek) tot heel heftig zijn (kicken op snelheid of door een extreme sport). Er zijn tal van dingen die ons een roes kunnen bezorgen. Zo natuurlijk ook drank, illegale drugs, sommige medicijnen maar ook gokken.

Hoe graag we ook genieten of naar een roes kunnen verlangen, tegelijk zijn die ‘roesmiddelen’ of ‘genotsmiddelen’ ook voor velen een bron van bezorgdheid.

 

Elk gebruik is anders, elke persoon is anders

Het gebruik van alcohol, illegale drugs, pillen of het gokken op zich betekent niet automatisch dat dit een probleem is. Veel mensen drinken af en toe een glas alcohol, zonder erg. Veel cannabisgebruikers experimenteren en stoppen nadien met hun gebruik. Veel mensen wagen wel eens een gokje, zonder in de problemen te komen. ‘Experimenteren’ leidt niet per definitie tot ‘regelmatig gebruik’, en eindigt zeker niet altijd in een chronisch drank-, drug-, gok- of medicatieprobleem.

 

Dat wil uiteraard niet zeggen dat iets eenmalig of een tijdje proberen of gebruiken ongevaarlijk zou zijn. Onder invloed of in een roes kan er heel wat fout lopen dat de gezondheid en veiligheid in gevaar kan brengen. Denk aan rijden onder invloed, agressie en overlast, studenten die na een nachtje stappen in de problemen komen of zelfs het risico op een overdosis medicijnen of illegale drugs.

 

Ook al hoeft het gebruik op zich geen probleem te zijn, toch gaan nogal wat mensen op bepaalde momenten in hun leven veel of heel veel gebruiken. De ene stopt daar op een bepaald moment zelf mee, zonder enige hulp. De andere lukt dat helaas niet. Bijvoorbeeld omdat de roes van de drank, drugs, pillen of van het gokken gaandeweg een hulpmiddeltje werd bij bepaalde persoonlijke moeilijkheden. Ze helpen bijvoorbeeld om makkelijker contact te leggen, geven meer zelfvertrouwen of laten je aan negatieve gedachten ontvluchten. Het gebruik of het gokken wordt zo een manier om problemen te ontlopen. Het verklaart ook waarom iemand met persoonlijke problemen extra kwetsbaar is om afhankelijk te raken van drank, drugs, pillen of gokken.

 

Waarom komt de ene persoon in de problemen en de andere niet?

Hoe iemand met drank, drugs, pillen of gokken omgaat en of iemand in de problemen komt, hangt af van heel wat factoren. In een eerste reactie denken veel mensen dat het afhangt van de eigenschappen van wat iemand gebruikt of van het gokken zelf. Of dat het de kenmerken van de persoon zijn die de doorslag geven. Er spelen echter meerdere factoren mee. Overigens gaat het niet alleen om risico-factoren, sommige zijn net beschermend. Al die factoren zijn ruwweg op te delen in 3 verschillende elementen: de mens, het middel en het milieu. Daarom heet dit het MMM-model.

 

Factoren verbonden aan het ‘middel’ zijn bijvoorbeeld de vraag hoeveel iemand gebruikt en hoe vaak. Elk roesmiddel heeft zijn eigen kenmerkende werking en werkingsduur. Die dingen kunnen een verschil maken. Net als de manier waarop het gebruikt wordt: drinken, slikken, inhaleren, inspuiten. Ook de vraag of iemand verschillende middelen combineert (bijvoorbeeld alcohol drinken tijdens het gokken), kan een groot verschil maken.

 

Op vlak van de ‘mens’ zijn er minstens evenveel factoren die kunnen meespelen. Alleen al iemands leeftijd; lichaamsgewicht, gender, algemene gezondheid of conditie kunnen een verschil maken. Denk daarbij uiteraard ook aan iemands psychische gezondheid. Erfelijkheid kan maken dat de ene persoon wat kwetsbaarder is dan de andere. Het wil echter niet zeggen dat iemand wiens vader of moeder een drankprobleem heeft, is voorbestemd. Tot slot hebben ook je kennis, opvattingen en vaardigheden invloed. Hoe goed je bijvoorbeeld met stress of tegenslagen kan omgaan.

 

Met het ‘milieu’ wordt de omgeving bedoeld van diegene die gokt, drank, drugs of pillen gebruikt. Dat kan concreet slaan op het ‘waar’ (thuis, of op een feestje, op het werk of in het verkeer, gepland of onverwacht, alleen of met vrienden …) maar ook verwijzen naar het gezin en wat iemand van thuis meekrijgt. Idem voor de buurt of omgeving waarin je opgroeit. Tal van normen en waarden, de geldende wetten en regels bepalen ook mee het milieu. Denk maar aan hoe er naar geneesmiddelengebruik in onze maatschappij wordt gekeken of hoe we over rijden onder invloed denken.

 

Samen maakt deze veelheid aan factoren dat er geen voorspellingen of harde uitspraken te maken zijn over de vraag of en in welke mate een bepaalde persoon met drank, drugs, pillen of gokken in de problemen zal komen.

 

Let wel: de risicofactoren voor beginnend gebruik zijn niet noodzakelijk dezelfde als die voor het ontstaan van problemen. In de vraag of iemand gaat experimenteren speelt het ‘milieu’ een belangrijkere rol. Het gaat dan om dingen zoals: Is het gemakkelijk beschikbaar? Gebruikt de vriendenkring? Is het legaal of illegaal? Dat heeft een grote impact op het al dan niet beginnen, proberen of experimenteren. Of iemands gebruik daarna evolueert naar een zwaar probleem, hangt daarentegen meer af van de ‘mens’-factoren, van de eigenschappen en de kwetsbaarheid van de persoon zelf dus.

 

Als een keuze een drang, dwang of automatisme wordt

De eerste kennismaking met alcohol, illegale drugs of gokken is vaak bewuste keuze. Maar bij wie lang en veel gebruikt of gokt, kan de drang onweerstaanbaar worden. Het gebruik of gokken is dan geen vrije keuze meer, maar een automatisme.

 

Het is voor mensen rondom iemand die overmatig drinkt, illegale drugs of medicatie gebruikt of gokt vaak moeilijk te vatten: waarom blijft iemand ermee doorgaan zelfs als het duidelijke negatief gevolgen heeft voor lichaam, geest, relaties, inkomen en nog veel meer? De reden is dat ze de controle zijn kwijt geraakt.

 

Alleen al het ontmoeten van bepaalde mensen, in concrete situaties terecht komen of zelfs voorwerpen kunnen op den duur heel krachtige herinneringen en een onweerstaanbare drang oproepen. Dit wordt ook wel ‘craving’ genoemd. Bovendien hebben sommige roesmiddelen de eigenschap dat je steeds meer nodig hebt om dezelfde roes te ervaren. Alcohol of pijnstillers zijn daar een bekend voorbeeld van. Dat fenomeen heet ‘gewenning’. Wie plots wil stoppen of drastisch vermindert kan onthoudingsverschijnselen krijgen. Men wordt ook bereid om steeds grotere moeite te doen om het middel te verkrijgen en raakt steeds meer ingesteld op gewoontes die met het drinken, drugs gebruiken, gokken of medicatie slikken samenhangen. Gaandeweg wordt de kans groter om de controle te verliezen. Het maakt helaas ook dat wie probeert te minderen of te ontwennen, altijd rekening moet houden met de kans op terugval.

 

Veel van deze dingen hebben te maken met de invloed van drank, illegale drugs, pillen en gokken op het beloningscentrum in onze hersenen. Wie iets leuks doet of een succes behaalt, krijgt door dat beloningscentrum een gevoel van plezier en voldoening. Dat moedigt ons aan om dingen te gaan doen, van kleine handelingen tot grote uitdagingen. Maar het zorgt ook voor impulsen. Die komen plots op en zetten aan op het zo snel mogelijk bevredigen van een behoefte. Uiteraard is het geen goed idee om alsmaar toe te geven aan die impulsen. Om dat te voorkomen hebben we een ‘reflectief controlerend systeem’ dat ze in toom houdt.

 

Wanneer iemand lang en veel gebruikt of gokt, raakt echter het evenwicht tussen het beloningscentrum en dat controlerend systeem verstoord. Het beloningssysteem wordt hypergevoelig, en het controlerend systeem werkt minder goed. Dat zorgt ervoor dat, wanneer het idee om te gebruiken of te gokken opkomt, automatische reacties in gang komen die moeilijk of niet meer te controleren zijn. Op die manier kan men van verslaving zeggen dat het een automatisch gedrag is geworden.