GUY SWINNEN: ROCKLEGENDE EN VOORVECHTER VAN PSYCHISCH WELZIJN

← Terug naar het overzicht

60 wordt hij dit jaar, maar Guy Swinnen denkt nog lang niet aan uitbollen. De legendarische frontman van The Scabs toert, met verschillen de formaties, nog volop langs festivals, jeugdhuizen en culturele centra.

Al meer dan een decennium is Guy daarnaast peter van Te Gek!?, een grootschalig initiatief om psychische problemen bespreekbaar te maken. Deze maand wordt hij bovendien tot erelid benoemd bij Rc Diest.

 

Hoe bent u in contact gekomen met Rotary in uw thuishaven, Diest? 

De club is al verscheidene jaren een belangrijke sponsor voor Te Gek!?. Als peter van deze organisatie ben ik er een aantal keer te gast geweest, om een cheque in ontvangst te nemen. Rc Diest organiseert al enkele jaren 'De Nacht van Te Gek!?', met optredens en een afterparty. Na de editie van vorig jaar kregen we bijvoorbeeld 20.000 € als steun voor de infomobiel, een omgebouwde lijnbus waarmee onze medewerkers langs Vlaamse scholen rijden om met jongeren te praten over psychische problemen. Rc Diest sponsorde ook de verzamel-cd-box die uitkwam naar aanleiding van 15 jaar Te Gek!?. 

Te Gek!? vindt zijn oorsprong overigens in Diest. Het initiatief komt van Marc Hellinckx, een visionaire man die in het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Annendael concerten begon te organiseren met bekende artiesten, voor een gemengd publiek van patiënten en buitenstaanders. Dat was een belangrijke eerste stap om het taboe rond psychische problemen te doorbreken. In 2004 is de eerste Te Gek!?-cd opgenomen, waarvoor ikzelf ook een liedje heb geschreven. Dan is de bal aan het rollen gegaan, met muziektheatertournees, lezingen, schoolvoorstellingen, lessenpakketten, tv-reportages enzovoort. De aanpak is heel professioneel. Een hele verademing, want dat is lang niet bij alle ‘goede doelen' het geval. Momenteel ben ik vooral actief in het kader van school voorstellingen. 

 

U hebt voor Te Gek!? zelfs ooit de Galibier beklommen... 

Ja, dat was in 2011. Toen hebben we de eerste editie van de Tous Fous du Tour gereden, met een aantal patiënten, begeleiders en bekende figuren, zoals Helmut Lotti, Jelle Van Riet, Guido Belcanto en Kristien Hemmerechts. Ik moet toegeven dat ik die uitdaging zwaar onderschat heb. Op de persconferentie vooraf vertrouwde Helmut Lotti me toe dat hij zich niet in vorm voelde, want hij had ‘maar' 800 km getraind. Ik kwam amper aan 300 km, door wat rond te fietsen in de buurt. Uiteindelijk ben ik toch boven geraakt – met horten en stoten, zoals het leven zelf. De eindbestemming van onze tocht was het psychiatrisch ziekenhuis St. Paul de Mausole, het ziekenhuis waar Vincent Van Gogh ooit werd verpleegd. Dat centrum werkt, net als Sint-Annendael, veel met creatieve therapie. 

 

Waar komt uw affiniteit met het thema vandaan? 

Rond mijn veertigste ben ik in een zware depressie terechtgekomen, die een zestal jaar heeft aangesleept. Toen heb ik zelf ondervonden hoezeer hierrond nog een taboe bestond, en hoe sommige mensen met een wijde boog om je heen beginnen te lopen. De ellende begon bij het uiteengaan van The Scabs, in 1997. Ik had er nochtans zelf de stekker uitgetrokken. De onderlinge verstandhouding was totaal zoek en drugs zorgden voor nog meer problemen. Ik ben toen in een neerwaartse spiraal beland. Ik kon niet te rug naar mijn oude job, in de grafische industrie, want de technieken waren door de digitalisering compleet veranderd. Potentiële werkgevers leken bovendien te denken dat ik zo snel mogelijk terug wilde naar een bestaan als muzikant. Daar kwam dan nog een relatiecrisis bovenop. Langzaam glijdt je dan af naar het isolement. Normaal gezien ben ik open en joviaal. Ik leg makkelijk contact met allerlei soorten mensen. Tijdens mijn depressie begon ik mij meer en meer terug te trekken. Gesprekken maakten mij angstig en onzeker. Uiteindelijk heb de samenleving echt de rug toegekeerd, door te verhuizen naar een kleine boswachterswoning in het Prinsenbos in Bekkevoort. Daar leefde ik ver van iedereen, omringd door wel 15 katten. 

 

Hoe bent u die depressie te boven gekomen? 

Ik ben eerst naar mijn huisdokter gestapt, die mij heeft doorverwezen. Aanvankelijk naar een psychiater, die me een combinatie van medicatie en therapie voorschreef. De antidepressiva hadden wel effect, maar ik werd er enorm onverschillig van. Ik kwam niet meer in diepe dalen terecht, maar kende ook geen hoogtes meer. Ik kon nergens nog enig enthousiasme voor opbrengen, zelfs niet voor muziek. Ik bleef nieuwe nummers schrijven, maar vond die hoogstens 'wel okee'. De drive was helemaal weg. Ik vluchtte in alcohol en marihuana. Ik liet de wereld maar draaien, zonder me ergens iets van aan te trekken. Na acht maanden ben ik de medicatie gaan afbouwen en heb ik voluit ingezet op gesprekstherapie, bij een zeer empathische psychologe die me de moed heeft doen vinden een aantal zaken in mijn leven aan te pakken en te veranderen. Dat was tegelijk confronterend en verhelderend. Eigenlijk leer je jezelf opnieuw ontdekken: wat vind ik belangrijk, wat doe ik graag, waar wil ik naartoe? Uiteindelijk moet je zelf uit je depressie klimmen. Voor mij was het cruciaal om weer discipline en regelmaat op te bouwen. Ik leefde in die tijd vooral van café-optredens, en lag in het weekend zelden voor vier uur in mijn bed. Tijdens de week trok ik dat ritme door. Na een tijd begon ik in te zien dat het zo niet verder kon. Ik moest de koe bij de hoorns vatten: mijn verslavingen afbouwen, mijn zakelijke belangen niet langer verwaarlozen, wat gezonder leven. Geleidelijk heb ik ook het wandelen ontdekt. Aanvankelijk was dat maar wat rondslenteren in het bos, maar nu maak ik dagelijks twee keer een halfuur tijd voor een wan deling met mijn hond Fanny. De beweging doet me goed en het schept ruimte in mijn hoofd. 

 

Welke dos & don'ts heeft u voor mensen die in hun omgeving worden geconfronteerd met iemand met een depressie? 

Eerst en vooral: neem het serieus. Bagatelliseer het niet. Als je vecht tegen je demonen, heb je geen boodschap aan platitudes als ‘Kop op, het is allemaal zo erg niet of 'Het zal wel beter gaan'. Een luisterend oor bieden is op zich al heel waardevol. Niemand kan pasklare oplossingen van je verwachten. Je kan iemand proberen te motiveren om eens buiten te komen, om bijvoorbeeld samen een wandeling te maken. En wijs de weg naar therapie, mocht dat nog niet gebeurd zijn. Je moet vooral proberen te vermijden dat mensen totaal geïsoleerd geraken, want dat kan fataal aflopen. 

Omdat ik mijn depressie nooit onder stoelen of banken heb gestoken, zien sommigen in mij een aanspreekpunt. Soms contacteren mensen mij, bijvoorbeeld via Facebook, met hun eigen verhaal. Ik maak er een punt van om daar de nodige tijd en aandacht aan te besteden, al maak ik meteen duidelijk dat ik geen therapeut of arts kan vervangen. Ik kan alleen mijn eigen ervaringen delen, aanraden om professionele hulp te zoeken en eventueel enkele suggesties doen. Heel vaak zie je helaas dat psychische kwetsbaarheid leidt tot sociale kwetsbaarheid, met financiële problemen, vereenzaming enz. 

 

Blijft u vandaag nog steeds vatbaar voor donkere gedachten, en wat doet u dan? 

Ik ervaar nog wel eens vlagen van somberheid. Als ik bitter en bitsig begin te reageren op bagatellen, gaan de alarmbellen af. Dan druk ik even op de pauzeknop: de telefoon en de computer gaan uit en ik trek de natuur in. Of ik maak tijd voor een dagje sauna: afzien en tegelijk genieten, heerlijk! Wat me-time helpt me er dan meestal wel bovenop. 

 

Heeft u de indruk dat er na 15 jaar Te Gek!? iets veranderd is in de samenleving? 

Er is zeker meer openheid gekomen rond psychische problemen. Ik denk dat we op dat vlak zeker een steentje hebben bijgedragen. Ook in de media is het taboe duidelijk doorbroken. Tegelijk moeten we vaststellen dat met name veel jongeren het zwaar heb ben. Onderzoek van de KU Leuven toonde vorig jaar nog aan dat 20% van de Vlaamse tieners kampt met behoorlijk ernstige mentale problemen. De maatschappij is veel complexer geworden in vergelijking met mijn eigen jeugdjaren. Ook mijn oudste zonen, twintigers, hebben allebei een depressie doorgemaakt. Ik heb hen heel vrij opgevoed, als reactie tegen de autoritaire opvoeding die ik heb gekregen. Dat was achteraf beschouwd misschien niet ideaal, het heeft hen te weinig voorbereid op het 'echte leven'. 

 

Tot haar dood was rolstoelatlete Marieke Vervoort erelid van Rc Diest. Kenden jullie elkaar? 

Ik ben helemaal niet thuis in het sportmilieu en heb haar pas enkele jaren geleden leren kennen op een lokaal evenement. Haar kracht en vooral haar positivisme hebben altijd een grote indruk op me gemaakt. Ze was ook zeer zelfredzaam. Ik kwam haar weleens tegen op de parking van de supermarkt, maar nooit wou ze hulp aanvaarden om haar boodschappen in de auto te laden. Ik heb ook veel respect voor haar beslissing om haar levenseinde zelf in handen te nemen, na jarenlang helse pijnen te hebben door staan. In het kader van de Radio 1-actie 'Meer vrouw op straat' heb ik recent gepleit om in onze stad een straat naar haar te noemen. De burgemeester heeft al laten weten principieel akkoord te zijn, maar er moet zich nog een mogelijkheid voordoen in een nieuwe wijk ofzo. 

 

Tot slot: u wordt dit jaar 60. Wordt het een groot feest? 

Ik heb mij voorgenomen er een feestjààr van te maken, met zoveel mogelijk optredens. De voorbije maanden heb ik getoerd met het programma 'Guy Swinnen & the Ladies', een reeks duetten met onder meer Annelies Brosens van Laïs en Eline De Munck. Nu begin ik, samen met gitarist Yves Vertonghen, aan de 'Origin Tour': eigenlijk een terugkeer naar mijn roots: de jeugdhuizen en clubs waar het allemaal begon. In de zomer zal ik met de Guy Swinnen Band de festivalpodia aandoen. Het is altijd fijn om nieuwe generaties kennis te laten maken met je muziek. Op mijn verjaardag zal ik op het podium van een jeugdclub staan. Geef toe: hoeveel zestigjarigen doen me dat na? (lacht) 

 


 

STEVEN VERMEYLEN 

CONCERTINFO: WWW.GUYSWINNEN.COM 

Fotograaf: Danny Willems

← Terug naar het overzicht