Meer over internering

foto arrow-up Gezicht van Te Gek!? ›

arrow-down

Benieuwd naar wat we allemaal doen?

Bekijk onze projecten! ›

Wat is internering?

Iemand met een psychische kwetsbaarheid en/of verstandelijke beperking (in de wet gebruikt men de term ‘geestesstoornis’) die een misdrijf pleegt, zal daar niet altijd schuldig voor bevonden worden. Een rechter bepaalt of hij/zij door de psychische kwetsbaarheid en/of verstandelijke beperking ‘ontoerekeningsvatbaar’ is en daardoor juridisch geen verantwoordelijkheid voor de gepleegde feiten kan opnemen. 
De rechter beslist om iemand te interneren met een dubbel doel: de maatschappij te beschermen en de nodige zorgen bieden aan die persoon, zodat die opnieuw een plaats kan innemen in de maatschappij.
 

Een nieuwe interneringswet

Sinds oktober 2016 is er een nieuwe interneringswet van kracht. Het beschermende karakter van de maatregel blijft het vertrekpunt van de nieuwe interneringswet. Voor het eerst in de Belgische geschiedenis wordt deze beschermingsmaatregel ook gekoppeld aan het recht op zorg. Deze individueel aangepaste zorg dient voorzien te worden in een zorgtraject waarbij elke stap in het teken staat van de behandeling en de re-integratie en waarbij tevens de veiligheid van de maatschappij in acht wordt genomen.
 

In de praktijk wordt na de feiten en bij een vermoeden van een psychische problematiek, zoals bijvoorbeeld psychose, een psychiater ingeschakeld die een psychiatrische diagnose kan stellen. Daarnaast zal de psychiater ook een uitspraak doen over het verband tussen de psychische kwetsbaarheid en/of verstandelijke beperking en de gepleegde feiten, en over de mogelijkheid van een herhaling van de feiten. Indien een rechter vervolgens de persoon ontoerekeningsvatbaar verklaart, zal de man of vrouw niet gestraft worden maar een beschermingsmaatregel opgelegd krijgen, zodat hij of zij enkel met passende begeleiding terug naar de maatschappij kan. De Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij (KBM) verwijst de persoon die geïnterneerd wordt naar de meest geschikte zorg, gaande van een ambulante behandeling in de maatschappij tot een opname in een hoog beveiligde setting. De keuze wordt onder meer bepaald door de aard van de psychiatrische problematiek, het risicoprofiel en het vereiste veiligheidsniveau.

 

Internering is een maatregel zonder definitieve einddatum. Op regelmatige tijdstippen evalueert de KBM het al dan niet voortzetten van de interneringsmaatregel alsook de wijze waarop. Wanneer iemand niet meer geplaatst dient te worden (dat kan onmiddellijk het geval zijn) zal de KBM een in vrijheidsstelling op proef uitspreken waarbij verschillende individuele voorwaarden opgelegd kunnen worden omtrent verblijfplaats, het volgen van een therapie, verbod om alcohol of drugs te gebruiken, of verbod op bepaalde plaatsen te komen etc… 


Als de psychische kwetsbaarheid voldoende gestabiliseerd is, en het risico op een herhaling van nieuwe feiten gedaald is, kan de KBM beslissen de interneringsmaatregel te beëindigen.

 

 



Zorglandschap

België heeft de laatste jaren verschillende inspanningen gedaan om te komen tot aangepaste zorgtrajecten voor personen die geïnterneerd zijn. 
De nood aan zorg en het bijhorende beveiligingsniveau bepaalt of een geïnterneerde persoon wordt georiënteerd naar een low, medium of high security zorgtraject.
 

 

Ontstaansgeschiedenis specifieke initiatieven

Er wordt reeds sinds 1998 geïnvesteerd in de begeleiding en behandeling van plegers van seksueel misbruik, o.a. van mensen met een interneringsstatuut, door gespecialiseerde teams die buiten de gevangenissen werkzaam zijn1. Personen die geïnterneerd werden wegens seksuele delicten konden soms ook terecht op specifieke afdelingen in drie psychiatrische ziekenhuizen2.
Specifiek voor personen met een interneringsstatuut werden in eerste instantie aparte afdelingen, zogenaamde “medium security” afdelingen, voorzien in drie psychiatrische ziekenhuizen3. Ook binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) werden drie afdelingen opgericht voor personen met een verstandelijke beperking en een interneringsstatuut4
 

 

De uitbouw van het zorglandschap in een stroomversnelling

De afgelopen jaren werden in het kader van het Meerjarenplan internering in meerdere fases inspanningen geleverd om het zorglandschap verder uit te breiden. De eerste fase betrof de verdere uitbouw van plaatsen binnen de bestaande “medium security” zorgcircuits en het verder uitbouwen van de capaciteit in de gespecialiseerde afdelingen voor plegers van seksuele delicten.
De tweede fase betrof de aanstelling van netwerkcoördinatoren internering5, de implementatie van schakelteams internering6 en verschillende zogenaamde “verbeterprojecten”als sluitstuk.
De derde fase richtte zich voornamelijk op het creëren van (semi-)residentiële capaciteit voor mensen met een interneringsstatuut en betrof het voorzien van een ruimere personeelsomkadering binnen bestaande plaatsen voor mensen met meer moeilijke of complexe problematieken8, crisisopvang, een afdeling langverblijf voor geïnterneerde mannen9 en voor vrouwelijke geïnterneerden met nood aan een hoge beveiligingsomkadering10.
 

Naast deze initiatieven werden twee nieuwe forensische psychiatrische centra (FPC) gebouwd waar geïnterneerde personen in een hoog beveiligde setting behandeld worden. Het eerste FPC in Gent is sinds november 2014 actief, het tweede FPC in Antwerpen sinds augustus 2017. FPC Gent biedt plaats aan 264 mannelijke patiënten, FPC Antwerpen  aan 182 patiënten (zowel mannen als vrouwen)  waar zorglijnen zijn uitgebouwd voor mensen met als primaire diagnose een psychotische- of een persoonlijkheidsstoornis en patiënten met een verstandelijke beperking11. Na een observatieperiode wordt voor iedere patiënt een individueel behandelplan opgesteld. Op basis van observatie, evolutie en diagnostisch onderzoek wordt gekeken naar welke vervolgafdeling de patiënt gaat en wat de voor de patiënt best passende behandeling is.
 

 

Binnen de gevangenismuren

Deze evoluties zijn vrij recent. Voordien verbleven veel geïnterneerde personen waarvoor een residentiële en beveiligde setting noodzakelijk was lange tijd in de gevangenis en ontbrak het hen aan voldoende aangepaste zorg. Ondanks de bijkomende inspanningen zoals de oprichting van lokale zorgequipes in deze gevangenissen in 2007, een intensieve samenwerking met het VAPH12 en de inzet vanuit de diensten van de Vlaamse gemeenschap in de gevangenissen13 werd België meermaals veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het pilootarrest W.D. tegen België van het EHRM van 6 september 201614 bracht de teller van het aantal veroordelingen op drieëntwintig. Het EHRM oordeelde in dit laatste arrest dat het Belgische interneringssysteem “structureel disfunctioneel” is inzake de opvang van geïnterneerden en dat het land verantwoordelijk is voor de aanhoudende schendingen van de mensenrechten. 
België kreeg in dit pilootarrest twee jaar de tijd om de bejegening van geïnterneerde personen, zowel in de specifieke casussen waarvoor de veroordelingen werden uitgesproken als in het algemeen, te verbeteren en aldus nieuwe veroordelingen te vermijden. België heeft tot december 2018 de tijd om voor alle geïnterneerde personen gepaste zorg te voorzien buiten de gevangenissen.
 

 

Recente ontwikkelingen: het Masterplan internering

Onder impuls van deze deadline is momenteel het Masterplan internering in uitvoering. Het Masterplan voorziet voor Vlaanderen in 210 residentiële plaatsen met een ruimere personeelsomkadering binnen diverse psychiatrische ziekenhuizen, m.n. voor mensen met bepaalde problematieken die tot op heden moeilijk toe te leiden waren naar een gepast zorgaanbod15 en een uitbreiding van de mobiele equipes.
 

Een mobiele equipe biedt begeleiding of behandeling binnen de eigen (thuis)leefomgeving. Er wordt tevens voorzien in een time-out opvang16. Deze opvang laat toe om een terugkeer naar de gevangenis te vermijden indien een individueel behandeltraject een tijdelijke onderbreking vereist. Daarnaast wordt de oprichting van een nieuwe forensische campus in Aalst vooropgesteld, met een capaciteit van 120 plaatsen voor mensen met een longstay profiel.
 

 

Forensische behandeling en maatschappelijke re-integratie

Belangrijke elementen in de zorg en behandeling van personen met een interneringsstatuut zijn de behandeling van de psychische problematiek zelf, maar ook de focus op de factoren die tot het strafbaar feit hebben geleid, met als doel het voorkomen van terugval in delictgedrag door risico’s te herkennen en te controleren en zo de geïnterneerde persoon op een veilige en verantwoorde manier te resocialiseren en te re-integreren. De rechterlijke beslissing van ontoerekeningsvatbaarheid voor de feiten sluit immers niet uit dat de persoon toch een eigen verantwoordelijkheid opneemt en de herhaling van deze feiten kan voorkomen.
 

Bij de re-integratie wordt het doel vooropgesteld om geïnterneerde personen, na een specifieke behandeling, op te vangen in de gewone zorg binnen de samenleving. Wanneer iemand ten slotte voldoende gestabiliseerd is en er geen verhoogd risico meer is voor nieuwe strafbare feiten kan de interneringsmaatregel worden opgeheven. Deze beslissing wordt genomen door de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij.
 

 



1. Deze teams kwamen er op basis van het Samenwerkingsakkoord van de Vlaamse Gemeenschap en de Federale overheid inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik (1998).
2. PC Asster St.-Truiden, PC St.-Amandus Beernem, PC St.-Lucia Sint-Niklaas.\
3. De ‘medium security’ van UPC St.-Kamillus Bierbeek, OPZC Rekem en PC St.-Jan-Baptist Zelzate. Het gaat om forensisch psychiatrische afdelingen waar geïnterneerden met een matig risicoprofiel en een verhoogde beveiligingsnood behandeld worden. 
4. Ortho-agogisch Centrum St.-Ferdinand, St.-Truiden (afdeling Limes), Dienstverleningscentrum ’t Zwart Goor, Merksplas (afdeling Amanis) en Ortho-agogisch centrum St.-Idesbald, Beernem (afdeling Itinera).
5. Deze coördinatoren dienen de samenwerking tussen verschillende departementen te bevorderen en zorgcircuits voor geïnterneerde personen uit te werken.  
6. Schakelteams internering dienen de doorstroom van geïnterneerde personen naar een gepaste zorgomkadering en maatschappelijke re-integratie te faciliteren en worden op casusniveau ingeschakeld.
7. De verbeterprojecten zetten in op het vergroten van de toegankelijkheid van een residentieel aanbod, het verstevigen van het ambulante aanbod, de uitbouw van mobiele equipes, een intrapenitentiair aanbod vanuit de geestelijke gezondheidszorg, zinvolle dagbesteding en een consult- of expertisefunctie.
8. Met de focus voornamelijk op geïnterneerde personen met een dubbeldiagnoseproblematiek (psychische stoornis met verslaving en/of verstandelijke beperking)
9. De Langdurig Forensisch Psychiatrische zorgafdeling in UPC Bierbeek.
10. De high risk/security vrouwenafdeling in PC St.-Jan-Baptist Zelzate.
11. Voorbeelden van psychische stoornissen: middelen gerelateerde en verslavingsstoornissen, autisme, psychotische stoornissen, schizofrenie, seksuele stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen (zoals paranoïde persoonlijkheidsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis, borderline, obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis), verstandelijke beperking (lichte, matige, ernstige en diepe zwakzinnigheid).
12. Obra|Baken in de gevangenis van Gent, Dienst en begeleidingscentrum Openluchtopvoeding in de gevangenis van Antwerpen en Dienstverleningscentrum ’t Zwart Goor in de gevangenis van Merksplas.
13. Strategisch Plan inzake de Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden van de Vlaamse Gemeenschap (2000).
14. EHRM 6 september 2016, nr. 113/2018, W.D./België
15. De concrete doelgroepen waar extra aandacht naar uitgaat omvatten geïnterneerde personen  met een psychiatrische problematiek met een verslavingsproblematiek, plegers van seksuele misdrijven, mensen met een verstandelijke beperking (die in eerste instantie een medium security omkadering nodig hebben), en mensen met een niet aangeboren hersenletsel of Syndroom van Korsakov.
16. Binnen de drie ziekenhuizen met een medium security zorgcircuit.