Van vriend naar vage kennis

← Terug naar het overzicht

arrow-down

Wil jij de infomobiel boeken?

Neem contact op!

Hanne Evenepoel (25) werkt bij Te Gek!? als maatschappelijk werker en ervaringsdeskundige. Hieronder deelt ze een stukje van haar verhaal.

Hanne: "Ik heb jarenlang te kampen gehad met depressieve gevoelens en angsten. De beslissing om te kiezen voor een twee weken durende crisisopname, was voor mij één van de moeilijkste beslissingen in mijn leven. Dit was het begin van een lange weg, waarbij ik hard geknokt heb om de persoon te worden die ik nu ben. Er zijn nadien nog talrijke momenten geweest waarop ik het leven niet meer zag zitten, pijnlijke momenten, maar geleidelijk aan zag ik steeds meer licht aan het eind van de tunnel.

 

Over het algemeen gaat het nu heel goed met mij. Mijn verhaal en lijdensweg gebruik ik om bij Te Gek!? mee het taboe rond psychische problemen te doorbreken. Af en toe ben ik de zin van het leven nog steeds even kwijt, maar even goed voel ik me heel gelukkig en dankbaar dat mijn leven nu uit meer dan strijden bestaat.

 

Onderstaande blogpost gaat over zelfverwonding en psychische kwetsbaarheid. Omdat het oké is om soms (weer) even in een dipje te zitten. Zolang je daarna maar recht krabbelt of hulp zoekt als je daar zelf niet meer toe komt. Vaak vallen we om uiteindelijk weer sterker op te staan. Aan iedereen en aan hulpverleners in het bijzonder wil ik graag het volgende meegeven: toon wat meer van je eigen kwetsbaarheid. Het is een eerste stap in het omarmen van jezelf als persoon en om er echt te kunnen zijn voor anderen. Iedereen heeft een bepaalde kwetsbaarheid in zich, alleen zijn we er soms (even) blind voor en net dat kan een kwetsbaarheid zo destructief maken."

 

 


 

 

Van vriend naar vage kennis

 

Af en toe hoor ik zijn lokroep nog: de stem van het mes.

Het koude lemmet in mijn hand, een lichte druk; ik ben hier nog, het mes is mijn vriend. De enige resterende zekerheid. Ook als al het andere lijkt weg te vallen, is het mes aanwezig.

 

Ik kan me de eerste keer dat ik het mes gebruikte nog haarscherp herinneren. Ik ging naar een festival in de buurt, slechts een kilometer van waar ik woon. Ik keek om me heen en zag vrolijke en lachende gezichten. Ik voelde me leeg vanbinnen. Zou iemand me missen als ik er niet meer zou zijn? Waarschijnlijk wel, maar daar op dat moment, in die wereld, had ik geen plaats. Dat voelde ik.

 

De leegte zette zich om naar diep verdriet, naar wanhoop. Ik voelde me verlaten, doordrongen van pijn. Littekens van oude trauma’s begonnen te jeuken. Het gevoel dat ik niet gewenst ben, dat ik als kind tekort ben geschoten, kwam in al zijn intensiteit naar boven. Plotseling veranderde er iets in mijn gedachten, ik had een doel voor ogen. Een mes. Het leek de enige oplossing. De enige juiste en goede oplossing. Wat moest ik anders? Ik lag op de grond, mijn ogen gezwollen van al het huilen. Zes uur waren verstreken en ik voelde me nog even uitzichts- en machteloos. Iets voelen, ook al was het dan fysieke pijn, leek op dat moment veel beter hanteerbaar dan de mentale pijn die als een beitel door mijn lichaam kliefde.

 

Die dag ben ik een bepaalde grens over gestoken. Ik koos het pad van zelfdestructie. Nog meer haat tegenover mezelf. Een vicieuze cirkel. Een cirkel van zelfhaat en zelfverwonding. Een schreeuw van wanhoop. LAAT DEZE PIJN STOPPEN.

 

Een paar weken later zat ik bij mijn vader in de zetel en zei ik: “Elke dag voelt als een enorme berg vol distels waar ik overheen moet zien te kruipen, maar mijn voeten zakken constant weg in de aarde. Het leven is enkel strijden voor mij.”
Ook al probeerde mijn vader al het mogelijke te doen om me te helpen en waren er nog andere mensen die om me gaven, hun woorden drongen helaas niet tot me door. Bij ernstige psychische problemen kijkt de omgeving vaak helaas machteloos toe. Het is ontzettend confronterend om je geliefde vriend of familielid zo te zien lijden. In letterlijke zin was ik helemaal niet verlaten, maar in emotionele zin, onder andere door oude trauma’s die opspeelden, voelde het wel zo. Daarom wil ik het volgende benadrukken voor mensen die op de één of andere manier zorg dragen voor iemand met een psychische kwetsbaarheid: Jij betekent al heel veel voor de persoon door er gewoon te zijn voor hem/haar. Voel je niet schuldig als jij je geliefde niet kan ‘genezen’. Dat kan niemand, je kan alleen steun bieden, maar de persoon zelf zal langzaam aan met zijn psychische problemen moeten leren omgaan. En het allerbelangrijkste: vergeet vooral niet om ook voor jezelf te zorgen.

Soms hoor ik de lokroep van het mes nog, maar het heeft me niet meer op die allesomvattende manier in zijn macht. Het mes ligt veilig en geborgen in de schuif nu.

 

Leven met een psychische kwetsbaarheid is vaak niet evident. De maatschappij verwacht dat je op een bepaald moment wel weer gewoon kan meedraaien en dat ‘de problemen’ over zijn. Het is immers toch allemaal best al lang geleden gebeurd? Begrijpelijke reactie uiteraard, mensen willen graag zien dat het goed gaat met de mensen om wie ze geven. Helaas werkt het niet op die manier. Naar mijn ervaring blijft een psychische kwetsbaarheid sluimerend aanwezig om af en toe weer toe te slaan.

 

Het verschil is dat ik nu ergens diep van binnen weet dat er een einde komt aan de storm. Dat die beitel wel weer stopt met klieven. Ook al is de hoop op een betere situatie slechts een speldekop groot, die hoop maakt het verschil. Pijn snijdt en blijdschap verlicht. De kunst is het blijven zien van die speldekop.

 


 

Nood aan een gesprek?

Je kan 24u/24u terecht bij Tele-Onthaal

 

← Terug naar het overzicht