Over weer psychotisch worden

← Terug naar het overzicht

arrow-down

Lena kopen?

www.wpg.be ›
arrow-down

PSYCHOSENET.BE

Vragen over psychose? Klik hier! >

Over weer psychotisch worden, eenzaamheid en het vertrouwen van mijn omgeving

Brenda is webredacteur van Psychosenet.be. Daarnaast werkt ze in de lerarenopleiding van de AP Hogeschool Antwerpen. 6 jaar geleden kreeg ze een kraambedpsychose. Ze vertelt wat ze doet bij mogelijke psychotische symptomen en hoe ze haar omgeving, en ook haar werk daarbij betrekt. Een verhaal van vertrouwen maar ook van eenzaamheid.

 

Deze blog verscheen voor het eerst op psychosenet.be

 

 

Hoe het nu met me gaat? Hij vraagt het me op de gang terwijl ik op een drafje op weg ben naar het kopieerapparaat. ‘Prima,’ flap ik er naar goede gewoonte uit. ‘Ja? Want ons gesprekje van juni is wel blijven hangen.’ Ik denk terug aan juni. Het lijkt alweer zo lang geleden, nu het nieuwe academiejaar weer op volle toeren draait. Toegegeven, juni was inderdaad geen gemakkelijke maand, zoals misschien juni nooit een gemakkelijke maand zal zijn.

 

Juni is de maand waarin ik psychotisch werd, 6 jaar geleden. Elke maand juni is dus een soort ‘verjaardag’ van die psychose. Het roept vanzelfsprekend herinneringen op, aan de eenzaamheid in de isoleercel, aan de eenzaamheid van mijn waanzin. Maar er is meer. Juni is de lichtste maand van het jaar. Ik ben een ochtendmens. Om 5 uur is het buiten al licht.  Dan kost het me veel moeite om nog te blijven liggen in mijn bed. Dan wil ik opstaan. Maar als ik dan ook laat ga slapen, wat wel vaker gebeurt als je getrouwd bent met een avondmens, dan worden de nachten wel heel kort.

 

Juni is ook de maand van de hoge werkdruk, de maand waarin de laatste lessen gegeven moeten worden, examens afgenomen, taken verbeterd. Er is geen pauzeknop in die maand. Je mag niet ‘ziek’ vallen. Je lijkt even onvervangbaar want als je ziek valt, komt het op de schouders van collega’s die ook het water aan de lippen voelen. 30 juni lonkt, en dus gaan we met z’n allen massaal over onze grenzen, want de beloning, de vakantie ligt in het verschiet.

 

'Alsof ik het oordeel van anderen nodig had om te bepalen of het ok met me was'

Misschien was het het mindere slapen, de werkdruk en natuurlijk was er ook mijn blog waarin ik het onrecht in het onderwijs, de ‘te vaste benoeming’ aankaartte, een blog die opgepikt werd door Het Nieuwsblad en het VTM nieuws. Ik ging opnieuw hetzelfde gevecht aan, net als 6 jaar geleden. ‘Onrecht is je kwetsbaarheid,’ dat heeft mijn psychiater me ooit verteld.

 

En dus was ik alert. Ik merkte hoeveel meer ideeën ik had, nog meer dan anders, hoeveel daadkracht, sommigen zouden het impulsiviteit noemen, hoe ik minder sliep. En ik was alert. Zeker toen ik tijdens een looptoertje in de ochtend even dacht dat een haan mijn naam riep. Hanen waren er 6 jaar geleden ook. En dus deed ik wat nodig was. Ik monitorde mijn slaap, kroop er vroeger in. Ik deed een bodyscan voor het slapengaan. Ik ging wat meer hardlopen. Ik tuinierde. Ik maakte een lijst van alle ideeën en zaken die moest doen en flikkerde alles eruit wat eruit kon, en wat geen extra last voor collega’s of vrienden zou zijn. Ik belde mijn zus, mijn mama, vertelde hen wat ik allemaal deed om voor mezelf te zorgen. Ik ging gesprekken aan met Jan zodat hij mee de vinger aan de pols hield, al voelde dat voor mezelf soms ook vernederend aan. Alsof ik het oordeel van anderen nodig had om te bepalen of het ok met me was.

 

'Ik deed nog harder mijn best, niet meer voor mij, maar voor mijn omgeving'

Misschien was het daarom zo een slag in mijn gezicht toen ik achteraf hoorde van mijn zus dat een oud-collega haar had aangesproken om te vragen ‘of het wel goed met me ging’. Er waren immers die ‘parallellen’, ik werkte weer op een hogeschool, ik ging weer het gevecht aan tegen het onrecht in het onderwijs. Maar wat me het meest raakte was het telefoontje met m’n vriendin, ik zie haar niet zo vaak, maar ook zij maakte zich zorgen. En dus probeerde ik haar te vertellen wat ik allemaal deed om voor mezelf te zorgen en ik stelde voor, dat als ze echt wilde, dat ze maar even met Jan moest bellen. Ze zweeg. ‘Je hebt al gebeld, he?’. ‘Ja,’ fluisterde ze zacht.

 

En natuurlijk moet ik blij zijn om hun bezorgdheid, maar het voelde op een manier ook aan als verraad. En ik maakte ruzie met Jan omdat hij het me niet verteld had dat ze gebeld had. ‘Omdat ik haar ook meteen gerustgesteld heb, omdat ik me geen zorgen maak Brenda, omdat ik zie hoe hard je je best doet.’ En dus deed ik nog harder mijn best, niet meer voor mij, maar voor mijn omgeving, ik belde de psycholoog voor een afspraak en ja, ik ging ook een gesprek aan met mijn opleidingshoofd.

 

Vernederd en eenzaam

Huilend had ik op zijn kantoor gezeten om te zeggen ‘dat het echt wel goed met me ging’, terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Dat ik echt wel heel hard werkte, niet alleen voor mijn baan maar ook aan mezelf. En dat ook hij mocht zeggen als hij zich zorgen maakte. Die mededeling deed ik vooral om het vertrouwen van mijn omgeving te blijven behouden, maar daardoor voelde ik me ook zo vernederd en vooral eenzaam.

 

Want hoewel ik omringd ben door een fantastisch gezin en vrienden, soms voel ik me eenzaam, met dat hoofd van mij. Een hoofd dat inderdaad vaak heel veel ideeën heeft, ‘versneld denken’ noemen ze dat in de verplegingsrapporten, dat associaties maakt, verbanden legt waar anderen er blijkbaar geen leggen, maar daardoor kom ik ook precies soms met ‘out of the box’ voorstellen. En mijn ideeën zijn vaak groots omdat ik door groots te denken soms ook kleine dingen kan realiseren. En ik krijg vaak de vraag hoeveel uur ik precies in een dag lijk te hebben en dat ik zoveel energie heb. En ik zwijg, omdat ik bang ben dat achter die vraag misschien een oordeel zit, dat men mij ‘te’ vindt. Ik heb immers ooit een psychiatrische diagnose gehad en daardoor heb ik het gevoel dat mensen mijn doen en laten toch altijd beoordelen binnen de lijnen van de ‘normaliteit’. En dan zwijg ik, eenzaam, en durf niet te antwoorden dat ik soms verbaasd  ben hoe weinig ideeën en energie mensen lijken te hebben.

 

‘Ik ben alleszins blij dat het opnieuw goed met je gaat,’ zegt hij, 'en dat je in ons team zit, zoals je bent!’ Ik lach en snel verder naar het kopieerapparaat. Met de nodige energie, dat mag, op mijn hogeschool. Dat heeft hij, mijn opleidingshoofd, gezegd.

← Terug naar het overzicht