Masker

← Terug naar het overzicht

foto arrow-up Campagne - Hoogsensitiviteit (h)erkend? ›
foto arrow-up Te Gekke Wandelingen ›

Wendy is hoogsensitief en stond op het randje van een burn-out. Met haar blog ProjectIK probeert ze zichzelf al schrijvend weer terug te vinden.

Tijdens de therapeutische verwerking van een trauma dat ik op mijn 18de heb meegemaakt kwam HSP voor het eerst ter sprake. Ik was toen al 21 en snapte opeens waarom ik me altijd anders had gevoeld, vreemder.

 

Echter maakte ik de fout dit weg te stoppen, me zelfs een stukje te schamen en me dus harder voor te doen dan ik was.

 

Tot in 2018 alles in mijn leven ondersteboven stond, alles kwam samen. Privé en op het werk ging het al een hele tijd niet goed, ik vervreemde van alles om me heen en uiteindelijk ook van mezelf. En dat maakte me heel bang  Het maakte de oude wonde van weleer open en ook op medisch vlak bleek er iets aan de hand te zijn.


Halfweg 2018 crashte ik mentaal, mijn fysieke reserves hielden me nog even ter been maar in oktober 2018 was ik ook fysiek op. Ik begreep het niet want de psychologische hulp was ondertussen al maanden gestart en ging goed.
De conclusie: “randje van burn-out”, het belangrijkste wat ik moest doen “voor mezelf zorgen”.

 

Een moeilijke opgave want ik leek mezelf niet meer te kennen maar begin januari werd ik geïnspireerd. Naast ademhalingsoefeningen, relaxatietherapie, sporten en praten leek ik mezelf al schrijvend terug te vinden. In eerste instantie is ProjectIK er dus voor mijn zelfzorg maar tuurlijk hoop ik dat het misschien anderen ook kan helpen.

 

Wendy - ProjectIK

 

Meer lezen van ProjectIK?

Ga naar de website >

 

 


 

 

Een koude zoektocht naar warmte

 

Tis kort na middernacht als ik voel hoe ‘het’ toeslaat. De concentratie, de energie zakt weg bij iedere seconde die wegtikt. Terwijl ik kijk hoe de vloeistof in mijn glas bij iedere sip mee zakt, besef ik dat het tijd is om naar huis te gaan. De rust op te zoeken en morgen volop te genieten van de rustige dag, zonder plannen, zonder verplichtingen.

 

Het is een verschil die lijnrecht staat tegenover hoe ik een halfjaar geleden omging met de vermoeidheid. Slecht slapen wordt een gewoonte, je leert er mee omgaan en het laat in eerste instantie geen sporen na. Maar het opstaan, dat went niet, dat wordt moeilijker, het ochtendhumeur wordt groter, de wallen onder de ogen ook…

 

Na enkele maanden verplaatst het gevoel van je hoofd dat wegzakt in je kussen zich naar je gezicht dat wegtrekt en vervaagt in de spiegel. Uiteindelijk stort je in, uitgeput, dag na dag strompelde je verder zonder te beseffen dat de afgelegde afstand verminderde. Af en toe haalde je nog het maatschappelijk aanvaarde tempo waardoor er niks verkeerd leek te gaan.

 

Het is dat die de genadesteek gaf, het tempo, de afstand, het mee willen doen…ik hoorde de complimenten over hoe goed ik het deed, hoe veel ik deed, hoe ‘perfect’ mijn leven wel leek en zag het als een opdracht om hier niet in te falen. Jaren aan een stuk herhaalde ik het telkens weer. Werk, hobby’s, sociaal leven, studeren, gezin, reisjes… Ik geef grif toe dat ik er van genoot en het prachtige herinneringen opleverde met al even prachtige mensen. Het maakte gelukkig en dat de korte termijn langer bleek te duren zie ik als een cadeau.

 

Maar dan wordt je plots ‘geraakt’ door iets en schrik je zo van het gevoel die het met zich meebrengt. Het voelt compleet, rustig en puur ook al zit je midden in een drukke chaos. Je denkt dat iemand anders je dat gevoel bezorgt, beseft nog niet dat je geest een eerste signaal heeft dat je iets mist. Verdwaasd en verlamt blijf je achter en je wilt gewoon doorgaan met je ‘perfecte’ leventje zonder dat gemis. Je verzet je met alle macht die je in je hebt, loopt zo hard en zo veel je kan en leeft nog sneller om het telkens voor te zijn.

 

Het lukt, denk je.

De buitenwereld ziet niets, denk je.

De confrontatie stel je uit tot hij plots verdwenen is…denk je.

Tot je enkele jaren later niet meer over een zoveelste muur geraakt maar er volop tegen knalt…’HEAD FIRST!’

 

Of het anders is voor iemand die geen HSP’er is, kan ik niet zeggen maar achteraf gezien waren die jaren verslavend uitputtend. Vanaf het moment dat ik werd geraakt voelde ik dat er ‘iets’ niet klopte en ging op zoek naar wat. Alleen is een zoektocht naar ‘iets’ niet echt klaar en helder. En bij mij maakt duidelijkheid het verschil, weten wat je zoekt en de zoektocht al helemaal niet combineren met het snelle, chaotische leven.

 

Zonder iets door te hebben veranderde de zoektocht in een race, eentje waar ik hard wegliep van alles, telkens mezelf lachend voorbij. Pas wanneer ik (on)gewild vertraagde zag ik dat de lach een traan was geworden, dat diegene die ik voorbij liep iemand anders was, de mooiere, echtere versie van mezelf. Maar ik schrok en draaide mijn rug naar die andere IK, want het was niet de ‘perfecte’ versie. Het was de versie die IK leuk vond maar ergens onderweg werd het idee toegevoegd dat de wereld die niet zo ‘perfect’ vond.

 

IK besefte niet dat de nieuwe ik, niet meer echt was, dat de nieuwe ik het masker had opgezet die ik onderweg ergens had zien liggen, in de hoop de wereld te kunnen zien zonder emoties, de mensen te kunnen aanvoelen zonder pijn. IK besefte niet dat het niet mijn masker was, dat een masker me niet past.

 

Het besef dat het niet beseffen zorgde voor vervreemding van alles om me heen kwam te laat en hoe meer ik tegenspartelde hoe dichter de muren op me afkwamen tot ik rechtstond en niks dan donkerte zag. Ik was vervreemd van mezelf, was gebroken en gekwetst maar die pijn was niets wanneer ik besefte hoe de vervreemding me hard, koud en nors had gemaakt en samen met mij mensen had gekwetst. Dit was een compleet nieuw gevoel, een terecht schuldgevoel, te groot om in te houden maar te lelijk om mee naar buiten te komen.

 

Het brengt een pijn met zich mee die niet te omschrijven valt, niet in omvang, niet in diepte, zelfs niet in gevoel. Het valt niet te temperen, het vervaagt niet en het stopt zich niet weg ergens diep in je hoofd of je hart. Het maakt je kil, het zorgt dat je hoofd niet meer leeg kan, dat je niet ‘echt’ slaapt, dat je niet ‘echt’ leeft en niet meer geniet. Je wil ervan af maar erover praten is pijnlijk en vermoeiend en de energie die je er voor nodig heb werd je allang ontnomen. Het is de donkere angst dat je dit niet kan uitleggen, niet kan zeggen die je omsingelt als een zwarte koude mist en alle gevoel in je verlamt. Het is een soort van eenzaamheid die je opslorpt alsof je vastzit in drijfzand en je niet meer ziet of er iemand om je heen je een tak aanreikt.

 

Ik had 1 voordeel, 1 verschil. Mensen die me kennen, mensen die het wel zagen en mensen die niet opgaven als ik met alle kracht het masker probeerde aan te drukken. Beide handen duwend en mijn ogen bedekkend in de hoop dat het op een of andere manier zou blijven hangen en ik net als Jim Carrey in The Mask voor altijd de fun makende, sterke, uitbundige, perfecte IK zou zijn. Die iedereen blij maakt, die nooit faalt en die iedereen een goed gevoel heeft.

 

Dat ik het punt van dit aan te kunnen al voorbij was, zag ik niet maar blind en uitgeput liet ik me leiden door mijn ‘steunpilaren’. Ze hielpen me stap voor stap de duisternis uit en ik kon niet anders dan hen te volgen, bang voor het moment dat ze er niet meer zouden zijn en ik alleen zou verder moeten.

 

Wanneer mijn glas leeg is en ik aankondig dat ik huiswaarts trek, krijg ik geen rare blikken. Dat ik moe was en in gedachten verzonken zat, was niemand ontgaan. En onderweg naar huis, heb ik een zoveelste deugddoende babbel. Eentje die me opnieuw doet beseffen wat voor mooi iets er me is overkomen.

 

Mijn zoektocht van weleer is voorbij en wat ik heb gevonden is helemaal niet wat ik in gedachten had. Het zijn mijn ‘steunpilaren’ en zonder het te weten waren ze er altijd al in verschillende vormen. Het zijn de dingen die me rustig en stil maken. Het zijn de dingen die me doen verwonderen en me ontroeren, de dingen die IK belangrijk vind. Het is de natuur, de buitenlucht, de muziek en de woorden maar het zijn ook de mensen die begrijpen waarover ik het heb, de vrienden die luisteren en troosten en elk op hun eigen manier terug een lach op mijn gezicht toveren. Mijn kinderen die me meenemen in hun spel tot we samen buikpijn hebben van het lachen, mijn man die na al die tijd er nog steeds blijkt te zijn en die tegen mijn eigen verwachting in nog steeds weet hoe hij me graag moet zien als volmaakte imperfecte vrouw.

 

En het is IK die het eindelijk weer toelaat, die rustig en stilletjes aan terug geniet. De traagheid niet meer vervloekend. Wanneer ik terug de woorden laat vloeien, voel ik hoe ik me opnieuw wat meer blootgeef. Wetende dat de donkere, zware woorden dan wel het papier bedekken maar ook mijn hoofd verlaten en me een stukje beter maken.

 

Dat mijn schrijfsels nog niet echt doorspekt zijn van positiviteit weet ik en voor even erger ik me eraan maar bij het afronden besef ik dat het goed is, dat het helpt dat ook dat IK is en in sommige opzichten IK was

← Terug naar het overzicht