Leven in de schaduw

← Terug naar het overzicht

arrow-down

Benieuwd naar wat we allemaal doen?

Bekijk onze projecten! ›
arrow-down

Hulp nodig bij een psychisch probleem?

Bekijk onze hulplijnen. Twijfel niet om contact op te nemen! ›
foto arrow-up Campagne - 4voor12 ›

Jana kreeg het op haar vijftiende erg moeilijk en raakte zichzelf kwijt. Na een lange weg met haar psychologe staat ze echter sterker dan ooit. Ze deelt graag haar verhaal.

Mijn naam is Jana Van Der Fraenen en ben 26 jaar oud.
Op de leeftijd van vijftien begon ik psychische problemen te krijgen. Ik kreeg het heel moeilijk en raakte mezelf kwijt. Ik had me van velen afgeduwd en voelde me eenzaam. Ik hield alles in mezelf tot het me kapot maakte. Zeven jaar lang ging ik naar een psychologe die mijn innerlijke wonden heelde. Ze maakte me een beter, open persoon en daarvoor ben ik haar eeuwig dankbaar.
De psychische problematiek is een heel belangrijk onderwerp geworden en waar ik heel veel om geef. Ik heb zelf ervaren hoe verschrikkelijk het was om psychische problemen te hebben en hoeveel deugd het mij deed om psychische hulp te zoeken. Hoeveel het me geholpen heeft en ik wil de mensen die nu nog, en zelfs misschien harder dan ik, helpen en mijn verhaal en ervaringen doorgeven.

Mijn boodschap? Geef niet op, heb altijd hoop. Want als er iets is wat ik heb geleerd, is dat je er nooit alleen voor staat.

 

Jana schreef ook een boek dat te verkrijgen is via www.janavanderfraenen.be of op de website scriptomanen.org

 


 

Leven in de schaduw

 

De waarheid is dat mijn psychische problemen er niet van de ene op de andere dag waren. Het begon al van voor ik kon praten of stappen. Dit door een klein feitje: ik werd geboren met een lichte, fysieke beperking.
Een klein feitje dat ik heel lang als een last met me meedroeg. Mensen hebben namelijk vooroordelen, onderschatten je. Daarom heb ik mij dan ook extra moeten bewijzen tegenover hen. Zelfs tegenover mensen die heel dicht bij me staan. Nu nog.


Al sinds kinds af aan heb ik me hierdoor altijd minderwaardig gevoeld, klein, anders. En dat was heel erg confronterend.
In de lagere school werd ik niet echt gepest, maar hoorde er ook bij de meeste kinderen niet bij. Ik heb mijn woensdagnamiddagen en weekends moeten opofferen voor kinetherapeuten en dokters. De momenten wanneer kinderen van mijn leeftijd toen speelden. Geloof me, voor een kind en tiener als ik was dat altijd heel moeilijk.


Boeken en verhalen schrijven waren mijn uitvlucht. Ik hield er van, liet er mezelf toe weg te dromen uit de realiteit. Het werd zelfs mijn grote droom om schrijfster te worden. Ik ging naar een middelbare school voor kinderen en jongeren met een beperking die er vaak fysiek zwaarder aan toe waren dan mij. Van de fysiek slechtste groeide ik uit tot een van de fysiek sterkste. Ik voelde me als een gelijke en maakte er veel vrienden.


Vanaf het tweede middelbaar liep alles fout. Veel schoolgenoten plaagden me, zorgden ervoor dat ik snel op mijn paard zat. Het gebeurde zo vaak dat de lol er voor mij af was. Woede, frustratie, gespannenheid en gejaagdheid maakten zich van mij meester. Ik onderdrukte het, liet het niemand opmerken.
En dan ontplofte de bom. Ik kreeg woede-uitbarstingen, duwde iedereen van me weg door zaken te zeggen en doen waar ik niet trots op ben. Het heeft zich mijn hele schoolcarrière achtervolgd.


Alles veranderde. Ik trok me in mezelf terug, zocht in de pauzes de kleinste hoekjes op. Ik maakte mezelf onzichtbaar en dat lukte. Ik kan moeilijk beschrijven hoe eenzaam en verdrietig ik me daar toen voelde. Ik kreeg angsten die mijn leven overheersten.


Langzaamaan raakte ik mezelf kwijt. Ik was zoek. Die vreselijke gevoelens hadden me zo in hun greep dat ik er niet uit kon ontsnappen. En het ergste was dat ik het allemaal in mezelf hield. Tot het mij kapot maakte.
Ik wist dat ik hulp nodig had, dat ik het niet alleen kon. Dus ging ik naar mijn begeleidster op school en zij verwees me naar een privé-psychologe. Mijn eerste gedachte was: ik word toch niet gek?


Na een paar maanden werd ik terug doorverwezen naar een andere psychologe die in een Centrum voor Geestelijke Gezondheid werkte. Ik voelde me afgewezen. Bijna niemand wist dat ik hulp had gezocht, zelfs bijna niemand van mijn familie. Dit uit schrik voor pijnlijke en negatieve reacties.
Ik brak volledig. Ik kon de woorden niet vinden, alleen het verdriet en de pijn kwamen naar boven. De eerste sessies huilde ik zoveel. Alles wat ik in mezelf had gehouden, kwam los.


Zeven jaar lang ben ik bij mijn tweede psychologe geweest. Het was zwaar. Met z’n ups en downs. Maar dankzij haar en mijn overlevingsinstinct heb ik het gehaald. Ze heeft niet enkel mijn leven gered, ze heeft het beter gemaakt. Buiten dat het verdriet, de pijn, de woede en de angst weg zijn, ben ik wijzer geworden. Ik heb rust in mezelf gevonden en ik leerde hoe ik met bepaalde gevoelens moet omgaan. Ook heb ik vrede gesloten met mijn beperking.


Bovendien weet ik nu dat je niet gek bent door psychische hulp in te schakelen, dat je je er niet voor hoeft te schamen. Mijn leven gaat nu heel erg goed. Ik heb een vriend van wie ik hou en hij van mij, ik heb vrienden voor het leven, ik heb een familie die er altijd voor me is en ik doe wat ik graag doe.


Sinds ik uit het Centrum voor Geestelijke Gezondheid “ontslagen” ben, probeer ik zoveel mogelijk te doen rond de psychische problematiek. Ik vind het zo belangrijk.
Ik heb zelfs het boek ‘Leven in de schaduw’, een verhaal rond de psychische problematiek, geschreven. Niet enkel omdat ik heel veel om het onderwerp geef, maar ook omdat ik als geen ander weet om in de schaduw te leven en er mezelf een stukje in kwijt kon. Mijn inkomsten van het boek heb ik helemaal aan de Rode Neuzendag-actie geschonken.
Geef niet op, heb altijd hoop. Want als er iets is wat ik heb geleerd, is dat je er nooit alleen voor staat.


 

← Terug naar het overzicht