Het Bos van Dachtiketnie

← Terug naar het overzicht

arrow-down

Benieuwd naar wat we allemaal doen?

Bekijk onze projecten! ›

Sarah schreef een verhaal voor kinderen maar eigenlijk ook voor volwassenen. Over op zoek zijn en vinden. Over kijken naar je eigen kracht.

Vanaf vandaag ben ik thuis. Eindelijk. Ik ben gisteren naar de dokter geweest omdat ik het niet meer kon keren op mijn werk. Ik had mezelf verplicht om tot 's middags te blijven en dan... ben ik letterlijk gevlucht. Met buikpijn en een licht gevoel van overgeven in mijn maag. Eens thuis lichtte ik op. Ik besloot naar de dokter te gaan. Want zo kon het niet langer. Mijn werk is prachtig, ik besef maar al te goed dat het dat is. Alleen, niet voor mij. Zo voelt het. Ik doe daar iets wat ik niet hoor te doen. Ik hoor iets anders te doen. Mijn lichaam en geest vertellen me dat. 'Gelukkig ben je er nog op tijd bij', zei de dokter me. 'Maar nu zet ik je op verplichte rust. Ga eerst maar eens zoeken wat je ècht wilt.'

 

Wat ben ik blij met de tijd en de ruimte die ik nu krijg om tot stilstand te komen.

 

Ik ben al geruime tijd 'zoekende' en hèb al heel wat gevonden in dit leven, dat wel. 

 

Lange tijd geloofde ik, dat ik 'nergens echt goed in was', gewoon een middelmaatje, geen uitblinker in niks niet. Totdat ik mijn talent voor schrijven herontdekte. 

Ik herontdekte dat talent van me per toeval. Mijn vake, die ondertussen overleden is, gaf mij een verhaaltje terug dat ik ooit, toen ik negen was, typte op de schrijfmachine van mijn ouders (hij had dat, als brave grootvader, bijgehouden). De titel van mijn prille passie luidt: 'Het balletje'. 

Ik wist dat niet meer, maar toen ik het ontving, huilde ik tranen met tuiten. Het is geen 'groot talent' dat daar op papier staat, of zinnen van een wonderkind dat nooit ontdekt werd. Nee. Maar het is wèl een essentie. Mijn essentie.

 

En zo ontstond recent - out of the blue - mijn allereerste kinderverhaal 'Het Bos van Dachtiketnie'.

Er zijn nog steeds stemmetjes in mijn hoofd die me vertellen 'wie wil er nu lezen wat jij schrijft???' of 'er zijn er die veel betere en mooiere verhalen kunnen schrijven dan jij hoor!'.

Maar ik leer, om hen meer en meer het zwijgen op te leggen. Om naar de stem van mijn hart te luisteren, in plaats van naar mijn hoofdstem (waarmee ik me soms naar beneden haal) èn te schrijven dus. 

 

Zo gaat ook het verhaal van Het Bos van Dachtiketnie. 

De dieren in het bos zijn allemaal iets anders aan 't doen dan waar ze ècht in uitblinken. Ze geraken hierdoor niet vooruit, voelen zich gefrustreerd en worden er op den duur zelfs ongelukkig van. Maar er is één iemand die hen kan helpen. Welgedacht, de kabouter. Die laat hen inzien dat ze terug op zoek mogen naar waar ze ècht goed in zijn, naar waarvoor ze ècht hier zijn. Ergens voel ik, dat ik het verhaal in de eerste plaats voor mezelf geschreven heb. En dat ik zowel de kabouter ben als de dieren.

Ik hoop dat jullie er evenveel van genieten als ik.

En wie weet, komt het ooit nog wel eens in een ècht boekje te staan.

 


 

HET BOS VAN DACHTIKETNIE

 

In het bos van Dachtiketnie is het stil vandaag. Wat is er toch aan de hand?

 

De mieren bouwen normaal hopen, maar krijgen geen zandkorrel meer versleept. Alsof hun rug en dunne pootjes al hun kracht verloren hebben.

 

Het web van de spinnen lijkt eerder op een doolhof dan op een mooi, blinkend spinnenweb.

 

En de eekhoorns vinden geen eikels meer! Moeten ze misschien een bril dragen? Of zijn alle eikels uit het bos verdwenen?

 

Ook Eik is in de war. De boom die normaal zo stevig in zijn schoenen staat, begint aan zichzelf te twijfelen. Hij durft zijn blaadjes niet meer te laten vallen. Hij is bang dat ze nooit nog terug zullen groeien. Eik wordt stilaan dor en bruin.

 

Zelfs de zon heeft geen zin meer om te schijnen op het bos van Dachtiketnie. Iedereen is ongelukkig. Behalve kabouter Welgedacht. Die heeft nog steeds een stralende glimlach. Elke morgen staat hij fluitend op om zijn tuintje te verzorgen.

 

Hopelijk weet hij raad. Voor de ongelukkige bewoners van het bos is hij hun laatste hoop. Dus hebben ze hem gevraagd om naar de waterbron te komen, aan de voet van de eik.

Alle, maar dan ook echt alle dieren van het bos zijn aanwezig.

Eik spreidt met zijn laatste kracht zijn takken zodat iedereen een zitplaatsje heeft.

Kabouter Welgedacht is, net als altijd, stipt op tijd.

 

Vol spanning en met ingehouden adem kijkt iedereen de wijze kabouter aan. Het is muisstil in het bos. Je hoort geen blaadje vallen en geen takje breken.

‘Dag lieve mieren,’ zegt kabouter Welgedacht, ‘vertel me waarom jullie zo ongelukkig zijn.’

De oppermier staat op en neemt het woord.

‘We wilden graag mooie webben maken, net als de spinnen. Maar hoe hard we ook probeerden, het is ons niet gelukt. En daar werden we verdrietig van. We zijn moe en hebben nergens zin meer in.’

‘En dus vergaten jullie wat jullie het beste kunnen: reuzegrote mierenhopen bouwen om met de hele mierenfamilie in te wonen,’ zegt kabouter Welgedacht.

De mieren knikken wat verlegen.

 

‘En jullie, spinnen. Wat is er met jullie aan de hand?’ vraagt kabouter Welgedacht.

‘Wij wilden springen als de eekhoorns,’ zegt de opperspin en dat is duidelijk te zien. Enkele spinnen hebben zelfs een pluimpje op hun lichaam gekleefd om er ook uit te zien als een eekhoorn. Ze hebben geprobeerd om eikels te verzamelen, maar die waren te zwaar. De spinnen werden daar zo moe van dat ze niets meer doen, behalve boos op een steen zitten.

‘En dus zijn jullie vergeten dat jullie ook heel erg goed zijn in iets: geen eikels verzamelen, maar webben maken..

De spinnen wrijven wat ongemakkelijk in hun poten.

 

‘En jullie, eekhoorns? vraagt Welgedacht.

‘Wij wilden, net zoals de mieren, een nest van zand bouwen,’ vertelt de oppereekhoorn. ‘Dat is mislukt. De zandkorrels waaiden in het rond door onze dikke pluimstaarten.’

‘Laat me raden,’ zegt kabouter Welgedacht. ‘Nu hebben jullie geen zin meer om nog iets te doen.’

De eekhoorns blozen.

‘Zijn jullie dan vergeten hoe goed jullie eikels kunnen zoeken?’

 

Eik heeft naar het verhaal van Welgedacht geluisterd. Hij begrijpt dat ook hij niet goed bezig is. Misschien moet hij die bruine blaadjes van hem ook maar eens laten vallen. Alleen zo kan hij toch plaats maken voor nieuwe blaadjes?

 

Kabouter Welgedacht wrijft in zijn baard, op zoek naar de juiste woorden.

‘Welke raad kan ik jullie geven?’

Iedereen kijkt hem in spanning aan.

De kabouter krabt even onder zijn muts.

‘Doe gewoon wat je goed kan. Anderen na-apen, daar word je ongelukkig van. Iedereen is goed in iets. Soms moet je lang zoeken om te weten wat dat is. En als je het nog niet gevonden hebt: blijf dan zoeken, je vindt het wel.’

 

De mieren bouwen nu opnieuw zandhopen, de spinnen weven weer mooie webben, de eekhoorns verzamelen weer eikels. En Eik? Die laat weer zijn blaadjes vallen in de herfst en af en toe maakt hij een dansje, want hij heeft ontdekt dat hij ook daar goed in is.

 

Het bos is weer zo mooi als voorheen. Iedereen is blij en opgelucht dat Kabouter Welgedacht hen eraan heeft herinnerd dat ze gewoon zichzelf moeten zijn.

 

Eik heeft al een plan voor de volgende vergadering aan zijn voeten. Hij wil dan voorstellen om de naam van het bos van ‘Dachtiketnie’ officieel te veranderen in het bos van ‘Ikdachtetwel’.

 


 

Lees hier het verhaal dat Sarah schreef toen ze 9 was.

 

← Terug naar het overzicht