Brief aan mezelf

← Terug naar het overzicht

Wat als ik zou kunnen praten met mijn jongere zelf? Met die vraag in gedachten ben ik beginnen schrijven aan mijn verhaal naar aanleiding van Rode Neuzendag.

Mijn naam is Shelly, ik ben 25 jaar en had mij tien jaar geleden niet kunnen voorstellen dat ik vandaag een studente psychologie zou zijn met een vaste relatie en allemaal mensen rond mij die me graag zien. Dit is voor jongeren die het even niet meer zien zitten, weet dat ik daar ook was, en dat ik echt geloof dat het beter zal worden.

Shelly
 



Ik ontmoet je als een oude bekende. Ineengedoken zit je op een bank op de speelplaats. Ik wil je omhelzen maar ik weet dat dat je zal afschrikken. Ik kom naast je zitten en kijk je zijdelings aan. Mijn herinneringen worden wakker geschud, het is lang geleden dat ik nog aan je gedacht heb. Hoe het met je gaat, vraag ik. Je zwijgt. De kilte in je ogen, je bleke gezicht en je opgetrokken schouders beantwoorden mijn vraag al. Het is lang geleden dat iemand je dat heeft gevraagd, vertel je me.
 

Ik weet hoe jij je voelt, zeg ik. Je kijkt me vol wantrouwen aan. Kalm schud je jouw hoofd, niemand kan dat weten.
 

Soms overvalt het gevoel dat je ongelukkig bent je zo intens zonder dat je weet waarom. Ook al ben je in een menigte vol met mensen, je voelt je altijd alleen. Je stelt de mensen rond je teleur, ook al doe je nog zo je best. Dan ben je kwaad op jezelf want je hebt weer gefaald. Een stemmetje in je zegt dat ze niet trots zijn op je. Soms fluistert het stemmetje dat ze je niet graag zien. Heel soms fluistert het dat ze beter af zouden zijn zonder je. Je bent toch maar een last, schiet er dan door je hoofd. Elke keer schrik je weer van die gedachte.
 

Je kijkt me verbaasd aan. Je bent niet alleen, garandeer ik je met een flauwe glimlach.
 

Voorzichtig wil ik mijn arm om je schouders leggen. Wanneer ik jouw lichaam aanraak, gaat er een schok door je heen. Ik laat mijn arm rusten totdat ik je schouders voel zakken. Je kijkt naar me, voor de eerste keer zie ik een warme gloed in je ogen opwakkeren, een warmte die je verborgen houdt voor de rest van de wereld. Ik vertel je dat het beter wordt. Dat je echte vrienden zal ontmoeten die je helpen zoeken naar wie je echt bent, vrienden die van je houden en je leren om dat ook te doen. Dat je meer in je hebt dan je denkt en dat je daar veel mee zal bereiken, hoe onwaarschijnlijk dat nu ook lijkt. Er komt een dag dat je weer zal kunnen dromen en oprecht gelooft dat je ze nog kan waarmaken ook. Je wordt een persoon waar je trots op kan zijn, dat verzeker ik je. Dat je iemand zal vinden die alle stukken van je hart weer aan elkaar lijmt, iemand die je onvoorwaardelijk graag zal zien. Een persoon die je vervolledigt en uitdaagt, die je laat kijken in hoekjes van jezelf die je nog nooit hebt gezien. Met die persoon zul je je leven delen. Dat ik weet hoe onwaarschijnlijk dit lijkt voor je, maar dat je me moet vertrouwen.
 

Ongelovig kijk je me aan. Denk je dat echt? vraag je me. Ik ben er zeker van, antwoord ik. Een oprechtheid in mijn stem lijkt je te overtuigen. Je knikt begripvol en bedankt me. Dat ik jou moet bedanken, zeg ik met een glimlach. Voor al die jaren dat je hebt volgehouden. Voor alle hindernissen die je hebt overbrugd. Voor alle mogelijkheden die jij mij hebt gegeven. Zonder jou had ik hier nooit geweest. Zonder jou had ik nooit bestaan. Bedankt.
 

Het laatste dat ik zie voor ik mijn rug draai en wegwandel, is jouw vragende blik. Ooit kom je er wel achter wie ik ben.
 


 

Wil je graag meer lezen van Shelly?

Bekijk Shelly's blog ›

← Terug naar het overzicht